Nieuwe regelgeving - ACV BIE Mechelen Kempen

ACV BIE Mechelen Kempen
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Nieuwe regelgeving

Wetgeving
Wat verandert op 1 januari 2019?
Er veranderen een heleboel zaken op 1 januari. We zetten ze op een rijtje.

Kindergeld wordt Groeipakket
De kinderbijslag wordt omgevormd en heet voortaan Groeipakket. Het Groeipakket is het geheel van financiële tegemoetkomingen dat de Vlaamse overheid voorziet voor elk kind in elk gezin.
Meer info op www.groeipakket.be.

Hogere lonen
Zowat 440 000 werknemers die vallen onder PC 200 – goed voor ongeveer een derde van alle Belgische bedienden – zullen in januari een hoger bedrag vinden op hun loonbriefje. Hun loon wordt geïndexeerd, of aangepast aan de toegenomen levensduurte. De verwachte stijging bedraagt bijna 2,2 procent, het hoogste cijfer in jaren. Het gaat onder meer om bedienden in callcenters, toerisme, informatica en in de uitzendsector.
Niet alle sectoren voeren de indexering in januari door. De bouwsector indexeert bijvoorbeeld elk kwartaal, terwijl de metaalsector in juli indexeert.

Betaald Educatief Verlof wordt Vlaams Opleidingsverlof
Het Betaald Educatief Verlof verandert. Naast een naamswijziging – BEV wordt Vlaams Opleidingsverlof (VOV) – veranderen ook een aantal spelregels.
Zo heb je recht op 125 uur VOV als je voltijds werkt. Dit geldt voor elke opleiding die is erkend als ‘arbeidsmarktgericht’ en terug te vinden is in de Vlaamse opleidingsdatabank.

Pleegouders krijgen evenveel verlof als adoptieouders
Sommige voorwaarden voor adoptieverlof wijzigen. Nieuw is dat wie volgend jaar pleegouder wordt ook recht krijgt op evenveel verlof als adoptieouders. De regelgeving is zo voor beide situaties grotendeels gelijk.

Outplacement via VDAB
Vanaf 2019 moet een 45-plusser die geen outplacement krijgt, zich wenden tot de VDAB. In principe moet de werkgever nadat het ontslag is gegeven, de 45-plusser spontaan een outplacementbegeleiding aanbieden. Als dat niet gebeurt, moet de werknemer zich niet langer tot de RVA, maar wel tot de VDAB richten. De VDAB zal dan een outplacementtraject opstarten, als de werknemer aan de nodige voorwaarden voldoet.
Meer info vind je op de website van de VDAB.

Strengere voorwaarden SWT
De leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om nog op SWT (brugpensioen) te kunnen gaan worden verstrengd. Wat al beslist is:
  • Algemeen SWT 62 jaar: van 40 naar 41 jaar loopbaan vanaf 1 januari 2019. Voor vrouwen is het nog maar 35 jaar loopbaan in 2019, met elk jaar nadien één jaar erbij, tot 41 jaar vanaf 2025.
  • SWT bedrijven in herstructurering of moeilijkheden: van 56 naar 60 jaar vanaf 1 januari 2019.
Het KB dat hier uitvoering aan geeft moet nog wel worden gepubliceerd.

Anciënniteitstoeslag oudere werklozen pas op latere leeftijd
Vanaf 1 januari 2019 wordt de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen nog maar toegekend vanaf 63 jaar in plaats van 62 jaar (behalve voor wie die al heeft). Vanaf 2020 pas vanaf 65 jaar.

OCMW’s verdwijnen
Vanaf 1 januari 2019 nemen de gemeentebesturen de bevoegdheden van de OCMW’s over en worden dus geen nieuwe OCMW-raden geïnstalleerd. Wel komt er een bijzonder sociaal comité dat de individuele sociale hulp behandelt. Hiermee komt een einde aan 222 jaar autonoom bestuur van het OCMW: een apart bestuur voor het ‘sociale’ naast het ‘gewone’ gemeentebestuur.

Optrekking belastingvrije som
Elke belastingplichtige kan genieten van een voordeel waardoor een deel van zijn belastbare inkomsten vrijgesteld wordt van belasting, de ‘belastingvrije som’. Momenteel is het bedrag van de belastingvrije som afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen van de belastingplichtige:
  • standaard belastingvrije som: 4.095 euro;
  • verhoogde belastingvrije som (voor wie een belastbaar inkomen heeft van maximaal 25.220 euro): 4.260 euro.
Vanaf 2019 (aanslagjaar 2020) zal er nog slechts één bedrag gelden voor alle belastingplichtigen. De belastingvrije som zal dan 4.785 euro bedragen. Dit is het bedrag vóór indexatie. Hoeveel de indexatiecoëfficiënt in 2019 zal bedragen, is nog niet bekend.

Aanpassing belastingtarieven
Hoe hoger het belastbaar inkomen, hoe hoger het belastingtarief waaraan het hoogste deel van het belastbaar inkomen belast zal worden. De tarieven zelf wijzigen niet in het inkomstenjaar 2019. Wel wordt de bovengrens van de tariefschijf van 40% opgetrokken van (nog te indexeren) 13.940 euro naar 14.330 euro. Dit betekent dat het belastbaar inkomen langer aan het tarief van 40% belast zal worden (in plaats van al onder de tariefschijf van 45% te vallen).

Optrekking fiscale werkbonus
De fiscale werkbonus is de fiscale tegenhanger van de werkbonus die we kennen in de sociale zekerheid. De sociale werkbonus is een vermindering van de RSZ-werknemersbijdragen (13,07%) voor werknemers met een (relatief) laag loon. De fiscale werkbonus wordt berekend als een percentage op de effectief genoten sociale werkbonus. Dit percentage bedraagt vanaf 1 januari 2019 33,14% (in plaats van de huidige 28,03%). Het maximumbedrag van de belastingvermindering wordt ook opgetrokken van 420 euro naar 500 euro per jaar (niet-geïndexeerde bedragen).
Nieuw huurdecreet in Vlaanderen
Wie vanaf 1 januari 2019 een woning huurt of verhuurt in Vlaanderen zal heel wat nieuwe regels moeten volgen. Nieuwe huurders zullen vanaf 1 januari drie maanden huur betalen als waarborg, in plaats van twee. Wanneer het huurcontract beëindigd wordt, zal de huisbaas dat geld van de waarborg binnen het jaar moeten terugbetalen. Als huurder wordt het makkelijker om een kort contract (minder dan drie jaar) op te zeggen. De huisbaas mag een huurovereenkomst van korte duur evenwel niet opzeggen. Discussies over wie welke kosten moet betalen, behoren ook tot het verleden. De Vlaamse regering heeft een officiële lijst gepubliceerd met kleine onderhoudswerken die betaald moeten worden door de huurder. Het nieuwe huurdecreet geldt voor alle huurcontracten die vanaf 1 januari 2019 worden gesloten. Voor bestaande contracten verandert er niets.

Collectief maatwerk
Op 1 januari 2019 treedt in Vlaanderen de regelgeving rond collectief maatwerk in voege. Die regelgeving is erop gericht om mensen met een arbeidsbeperking werk en ondersteuning op maat te bieden en zo mogelijk te laten doorstromen naar het reguliere circuit. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen maatwerkbedrijven die de inschakeling van doelgroepwerknemers als kerntaak hebben (zoals beschutte en sociale werkplaatsen) en maatwerkafdelingen (zoals invoegbedrijven) binnen gewone bedrijven die wel bereid zijn om mee te werken aan een socialere economie.





GDPR - Bescherming van uw persoonlijke gegevens
Vanaf 25 mei 2018 treedt de "Algemene Verordening Gegevensbescherming", beter bekend onder de naam GDPR (General Data Protection Regulation), in werking. Deze verordening heeft als doel de Europese burgers meer controle te geven over hun persoonlijke gegevens.

GDPR: ook voor het ACV
Ook het ACV zal hierdoor vanaf 25 mei duidelijk moeten kunnen aantonen welke ledengegevens bewaard worden en waarom. Maar wat betekent dat nu concreet?

Hoe gaat het ACV om met persoonsgegevens?
In het kader van de nieuwe GDPR-wetgeving werd de folder over persoonsgegevens vernieuwd. Daarin leggen we uit welke gegevens we nodig hebben, wat we ermee doen en garanderen we dat het ACV alles in het werk stelt om deze gegevens veilig te bewaren. De folder wordt weldra geleverd in de dienstencentra. Volgende week vertrekt er een e-mail naar onze leden met meer info over de nieuwe regelgeving.






Wat verandert er vanaf 1 september 2017
Bron: De standaard

Uitkeringen opgetrokken

Vanaf september worden verscheidene uitkeringen verhoogd. Onder meer het leefloon, het minimumpensioen, de laagste werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen voor gehandicapten worden opgetrokken.

Het leefloon zal stijgen met 0,9 procent. Voor samenwonenden komt de verhoging neer op 5 euro extra per maand (naar 583,47 euro), voor alleenstaanden op een kleine 8 euro (naar 875,21 euro). Leefloners met gezinslast zien het bedrag stijgen van 1.156,53 euro tot 1.166,94 euro.

Ook de minimumpensioenen stijgen. Voor een alleenstaande met een volledige loopbaan zal het minimumpensioen voortaan 1.212,45 euro bedragen. Voor een zelfstandige betekent dat een verhoging van meer dan 150 euro per maand sinds eind 2014; voor een werknemer een verhoging van bijna 90 euro per maand.

De pensioenen die ten vroegste zijn ingegaan op 1 januari 1995 en ten laatste op 1 december 2004 zullen worden verhoogd met 1 procent, terwijl de pensioenen die in 2012 zijn ingegaan met 2 procent toenemen.

Daarnaast zullen de bedragen van de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) met 0,9 procent stijgen. Concreet zal het barema voor een samenwonende overgaan van 701,72 euro naar 708,03 euro en voor een alleenstaande van 1.052,58 euro naar 1.062,05 euro.

Bij het begin van het nieuwe schooljaar zullen ook de laagste werkloosheidsuitkeringen worden opgetrokken: met 3,5 procent voor gezinshoofden, met 2 procent voor alleenstaanden en met 1 procent voor samenwonenden. Idem voor de inschakelingsuitkeringen, die met bijna 25 euro per maand zullen worden opgetrokken tot het leefloon.

Ook de uitkeringen voor gehandicapten en invaliden gaan omhoog. De bijstandsuitkering voor personen met een handicap gaat met 2,9 procent omhoog en wordt op die manier opgetrokken tot op het niveau van het leefloon. Bovendien kunnen de invaliden rekenen op een nieuwe inhaalbeweging voor hun vakantiegeld, met 110 euro voor gezinshoofden en 52 euro voor de anderen.

Inkomensgarantie voor Ouderen

De Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO), een uitkering voor 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken, wordt alleen nog uitgereikt aan mensen die minstens tien jaar in België hebben verbleven, waarvan zeker vijf jaar zonder onderbreking. Dat heeft minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) beslist. De maatregel moet voorkomen dat iemand zich enkel in ons land vestigt om van onze sociale voordelen te genieten.

“We zagen dat mensen hun ouders lieten overkomen via gezinshereniging om ze onmiddellijk een IGO-uitkering te laten ontvangen”, zei N-VA-Kamerlid Jan Spooren eerder. Volgens hem zouden meer dan 1.600 ouderen zonder Belgisch paspoort een IGO ontvangen.

In totaal krijgen ongeveer 105.000 mensen een Inkomensgarantie voor Ouderen. Wie niet in aanmerking komt voor een IGO, heeft wel recht op een leefloon. Maar dat ligt lager. De maatregel zou volgens Spooren dit jaar een besparing van 2 miljoen euro opleveren. Tegen 2021 loopt dat bedrag op tot 9 miljoen.

Hospitalisatiepolissen DKV fors duurder

Verzekeraar DKV, de Belgische marktleider, verhoogt vanaf september de premies voor zijn hospitalisatieverzekeringen. Dat gebeurt op vraag van de Nationale Bank.

De hospitalisatiepolissen die DKV vóór 2000 op de markt bracht worden 9 procent duurder. Voor de contracten die tussen 2000 en 2015 werden afgesloten, komt er 5,5 procent bij. “Dat komt neer op een gemiddelde stijging met 13,80 euro voor een kind (tot 19 jaar) en met 44,30 euro voor een volwassene (vanaf 20 jaar)”, zegt DKV.

Vanaf september 2018 legt de Nationale Bank bijkomende jaarlijkse verhogingen op van 1 tot 1,6 procent.

De NBB heeft de bevoegdheid om eenzijdige premieverhogingen op te leggen als blijkt dat tarieven verlieslatend zijn. Volgens De Tijd moeten de premieverhogingen bij DKV een tekort van 15 miljoen euro overbruggen. De verzekeraar wijst op een “sterke stijging van de ziekenhuiskosten”.
Wat verandert er vanaf 1 december 2016

Re-integratie van langdurig zieken
De overheid start vanaf 1 december 2016 met de begeleiding van langdurig zieken naar werk. Daarmee wil de federale regering de toename van het aantal langdurig zieken stoppen. Drie maanden na het begin van de ziekte maakt een arts een inschatting van wat de patiënt nog kan doen. Alleen bij zieken van wie blijkt dat ze het werk kunnen hervatten, wordt een re-integratieproject opgestart. Vanaf midden volgend jaar behouden zieke werknemers die een of meerdere dagen weer aan de slag gaan, een deel van hun ziekte-uitkering. Nu verliezen ze hun uitkering volledig als ze weer aan het werk gaan. De patiënten worden niet meer afgestraft, maar beloond. Wie werkloos is op het moment van de ziekte, kan zich eventueel herscholen.

Minimumpensioen omhoog
Wie na een volledige loopbaan van 45 jaar een minimumpensioen krijgt als werknemer of zelfstandige, ziet zijn pensioen stijgen. Dat gebeurt in een eerste stap in december via een inhaalpremie. Die wordt pro rata berekend. Wie op 1 januari 2016 met pensioen was, krijgt de premie voor de volle 12 maanden. Wie bv in september 2016 met pensioen ging, krijgt de premie voor maar 4 maanden. Vanaf 2017 verhoogt het maandelijkse pensioenbedrag dan met 0,7 procent. Voor een alleenstaande gaat het minimumpensioen daardoor 8,18 euro per maand omhoog naar 1.176,91 euro. Een gezinspensioen bedraagt vanaf januari 1.470,67 euro per maand.


Controle beschikbaarheid van werkzoekenden
Vanaf 1 januari 2016 zal de controle en sanctionering van de beschikbaarheid van werkzoekenden door de VDAB (voor wie in Vlaanderen woont) uitgevoerd worden. Tot voor kort gebeurde dit door RVA.
Ben je werkzoekende en ontvang je een werkloosheidsuitkering of heb je een aanvraag ingediend? Dan moet je in principe ‘beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt’. En dit tot je 65 jaar. Dit wil zeggen dat je actief op zoek moet gaan naar een nieuwe job én moet ingaan op uitnodigingen van VDAB.
VDAB zal de controle integreren in haar begeleiding. Dit betekent dat VDAB op geregelde tijdstippen de inspanningen zal opvolgen. Dit gebeurt niet altijd meer aan de hand van een opvolggesprek met een bemiddelaar. Indien VDAB merkt dat je als werkzoekende zelf al actief zoekt naar werk, nodigt VDAB niet meteen uit. Je kunt als werkzoekende op elk moment een gesprek met een bemiddelaar vragen om hulp te krijgen in jouw zoektocht naar werk.
Let op! Kom je de gemaakte afspraken niet na, dan kan dat gevolgen hebben voor jouw uitkeringen of de beroepsinschakelingstijd. De VDAB bemiddelaar maakt dan het dossier met de vaststellingen over aan de VDAB-Controledienst, een afzonderlijke en onafhankelijke dienst, die een onderzoek moet uitvoeren en moet beslissen of er een sanctie volgt.
Tijdens dat onderzoek kan je als werkzoekende jouw versie van de feiten geven en zich hierin laten bijstaan door een ACV-afgevaardigde. 
Verplichte elektronische aangifte van sociale risico’s

Werkgevers die maandelijkse aangiften doen voor werknemers met tijdelijke werkloosheid, deeltijdse arbeid met inkomensgarantie, activeringsuitkeringen, jeugd- of seniorvakantie doen dat vanaf 1 januari 2016 volledig elektronisch. De werkgever kan de informatie online doorgeven via de toepassing ASR (Aangifte Sociaal Risico) op de portaalsite van de sociale zekerheid. De papieren aangifte verdwijnt.

Op basis van de maandelijkse aangifte van loon en prestaties berekent de RVA de uitkering van de betrokken werknemers.

De elektronische aangifte bestaat al enkele jaren en wordt nu veralgemeend voor alle werkgevers. Dit betekent dat de RVA een aantal papieren aangifteformulieren niet langer zal aanvaarden.

Verplichting tot elektronische aangifte van sommige sociale risico’s (e-ASR)

Tot voor kort kon een werkgever nog kiezen of hij een aangifte van een sociaal risico in verband met werkloosheid, arbeidsongeval of ziekte via een papieren formulier of elektronisch verricht.

Vanaf 01/01/2016 wordt stapsgewijs de verplichting ingevoerd om die aangiftes (ASR’s) elektronisch te verrichten.

In een eerste fase betreft die verplichting de formulieren die afgeleverd worden voor de maandelijkse betaling van de uitkeringen in de sector werkloosheid.

Dat betekent dat voor de aangiftes die betrekking hebben op de maanden vanaf januari 2016 de volgende papieren formulieren moeten worden vervangen door elektronische aangiftes:

  • Formulier C3.2-WERKGEVER (bewijs van tijdelijke werkloosheid)
  • Formulier C131B (deeltijdse arbeid)
  • Formulier C78 (tewerkstelling in een beschutte werkplaats)
  • Formulieren C78-ACTIVA, C78.3, C78-SINE (activeringsmaatregelen)
  • Formulieren C103-JEUGDVAKANTIE-WERKGEVER en C103-SENIORVAKANTIE-WERKGEVER (jeugd- en seniorvakantie)

In een tweede fase, in principe vanaf 01/01/2017, zullen ook de papieren formulieren die gebruikt worden voor het vaststellen van het recht op uitkeringen in de sector werkloosheid (formulieren C4, C131A, C3.2-WERKGEVER, C103-JEUGDVAKANTIE-WERKGEVER, C103-SENIORVAKANTIE-WERKGEVER) afgeschaft worden. 

Bron RVA
CM bericht: Vanaf 1 januari: nieuw getuigschrift van arbeidsongeschiktheid
Vanaf 1 januari 2016 wordt een nieuw getuigschrift van arbeidsongeschiktheid, ook bekend als het document ‘Vertrouwelijk’, in gebruik genomen.
Dit is het formulier dat je door je arts laat invullen om je ziekenfonds op de hoogte te brengen dat je om medische redenen niet kunt werken.

Wat verandert er?
Op het nieuwe getuigschrift van arbeidsongeschiktheid:
• is je arts verplicht om ook de waarschijnlijke einddatum van je arbeidsongeschiktheid te vermelden;
• moet je zelf bijkomende info invullen over je huidige beroep.

Op basis van deze informatie kan de adviserend geneesheer je situatie beter inschatten en je beter begeleiden doorheen je ziekteperiode.

Een belangrijk gevolg is dat je je ziekenfonds tijdig zal moeten verwittigen als je na de vermelde einddatum arbeidsongeschikt blijft. Daarvoor laat je opnieuw een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid invullen door je arts, waarop je kan aanduiden dat het om een verlenging gaat. Dit attest moet je aan je ziekenfonds bezorgen binnen de 48 uur na de einddatum van je erkenning.

Wat wijzigt niet?
Het is nog steeds de adviserend geneesheer van je ziekenfonds die beslist of je arbeidsongeschikt wordt erkend. Meestal zal die zich hiervoor baseren op het voorstel van je arts. Maar hij kan er ook van afwijken in overleg met je arts of na een medische controle.
Daarnaast wijzigt er niets aan de aangiftetermijnen en de wijze waarop je je getuigschriften aan je ziekenfonds bezorgt.

Wat als ik nog dit jaar ziek word?
Als je arbeidsongeschiktheid dit jaar aanvangt en je doet hiervan in 2015 aangifte, gebruik je nog het huidige exemplaar zonder einddatum.

Wat als ik nu ziek ben en dit vermoedelijk nog in 2016 zal zijn?
Voor jou verandert er niets. Want, de nieuwe regelgeving is niet van toepassing voor lopende arbeidsongeschiktheden. Je blijft erkend in het huidige systeem en moet dus geen verlengingsattesten bezorgen.

Wat als ik volgend jaar ziek word?
Begint je arbeidsongeschiktheid in 2016, gebruik dan steeds het nieuwe getuigschrift van arbeidsongeschiktheid. Vanaf 1 januari zal je ziekenfonds immers enkel nog de nieuwe exemplaren aanvaarden.

Je kan het nieuwe getuigschrift hier downloaden. (CM)

Tijdig indienen
Het getuigschrift moet binnen onderstaande termijn - te rekenen vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid - worden bezorgd aan de adviserend geneesheer van je ziekenfonds.

Aangiftetermijn
  • Bedienden 28 kalenderdagen
  • Arbeiders 14 kalenderdagen
  • Werklozen en andere personen die niet (meer) werken bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid (bv. interimarissen van wie het contract afloopt): 48 uur
  • Onthaalouders die kinderopvang doen voor een over-koepelende organisatie zoals Kind & Gezin of een OCMW: 48 uur
  • Na ontslag uit het ziekenhuis: 48 uur

Bij het hervallen:
- binnen de veertien kalenderdagen na de werkhervatting (tijdens het eerste jaar arbeidsongeschiktheid)
- binnen de drie maanden na de werkhervatting (vanaf het tweede jaar arbeidsongeschiktheid) 48 uur
Wat verandert er allemaal op 1 januari 2016? 

Di/12/2015 -   Bron "De Standaard"

ELEKTRICITEIT FORS DUURDER.
De jaarlijkse stroomfactuur voor een gemiddeld gezin in Vlaanderen zal van 675,63 euro op 1 januari 2015 stijgen naar 911 euro een jaar later. In maart 2016 wordt dat met de invoering van de zogenaamde Turteltaks zelfs 1.005 euro.
De prijsstijging is het gevolg van een hele reeks prijsverhogingen in de verschillende onderdelen van de stroomfactuur.
Zo is er het afschaffen van de gratis elektriciteit op 1 januari, goed voor 80 euro extra op de factuur. Ook de distributietarieven voor elektriciteit gaan omhoog in januari, met 12 euro. Dat is onder meer het gevolg van het wegwerken van de kosten van de distributienetbeheerders uit het verleden die verkeerd werden ingeschat, in het bijzonder door het enorme succes van zonnepanelen.
Voorts stijgt op 1 januari ook de energiekost zelf, voor een gemiddeld gezin met 20 euro. Reden is dat stroomleveranciers verplicht worden om meer groenestroomcertificaten op te kopen.
De Turteltaks - de heffing waarmee de Vlaamse regering de schuldenberg van groenestroomcertificaten wil wegwerken - is met zowat 100 euro een grote 'boosdoener' vanaf maart 2016.
In 2015 moest de consument al de verhoging van de btw van 6 naar 21 procent slikken, alsook het doorrekenen van de vennootschapsbelasting die netbeheerders voortaan moeten betalen.
Tot slot stijgt op 1 januari het prosumententarief. De bijdrage die eigenaars van zonnepanelen sinds juli moeten betalen om de opgewekte elektriciteit van hun installatie op het net te zetten, gaat 13 euro hoger tot 398 euro.

DALING AARDGAS.
De aardgasfactuur biedt tot slot wat soelaas, met een daling van zowat 100 euro naar 1.193,98 euro voor een gemiddeld gezin. Met dank aan het goedkopere aardgas en een lager distributienettarief.

ECOCHEQUES EN MAALTIJDCHEQUES.
Na de maaltijdcheques worden nu ook de ecocheques elektronisch. Een extra kaart is niet nodig, ze komen op de kaart van de maaltijdcheques. Papieren cheques kunnen echter ook nog altijd. Werkgevers kunnen daarnaast voor een gemengd systeem kiezen.
De cheques kunnen zoals bekend gebruikt worden voor een hele reeks producten en diensten, zoals treintickets, isolatiemateriaal, spaarlampen, huishoudtoestellen met een ecolabel, en biovoeding.
In tegenstelling tot bij de ecocheques verdwijnen de papieren maaltijdcheques intussen wél volledig. Die zijn vanaf 2016 volledig elektronisch. De maximale waarde van een maaltijdcheque kan, in onderling overleg tussen de sociale partners, vanaf het nieuwe jaar ook opgetrokken worden van 7 naar 8 euro. De maximale bijdrage van de werkgever stijgt immers van 5,91 naar 6,91 euro, de werknemer mag nog altijd 1,09 euro bijdragen.

REMGELD TANDARTS.
Het zorgde de voorbije maanden voor een stormloop naar de tandarts: Wie in 2015 niet bij de tandarts is langsgegaan, zal vanaf 1 januari 2016 een hoger remgeld moeten betalen. De maatregel past in het zogenaamde mondzorgtraject. Het gaat om een verhoging met gemiddeld 15 procent. Dat verhoogde tarief geldt enkel voor 'technische prestaties', en dus niet voor preventieve verzorging, algemene raadplegingen of orthodontische verstrekkingen.

RENDEMENT AANVULLEND PENSIOEN.
De rendementsgarantie van het aanvullend pensioen via een groepsverzekering ten laste van werkgevers wordt vanaf 1 januari variabel. In het huidige klimaat van lage rentes was het minimumrendement onhoudbaar geworden. Aan het akkoord dat daarover gesloten werd binnen de Groep van Tien gingen lange onderhandelingen vooraf.
Het rendement zal vanaf 1 januari overeenkomen met een percentage van het gemiddelde - berekend over de laatste 24 maanden - van de rendementen van de lineaire Belgische staatsobligaties op 10 jaar, zonder dat de opbrengst lager mag zijn dan 1,75 procent of hoger dan 3,75 procent. Daardoor zal de toepasbare rentevoet voor 2016 1,75 procent bedragen. Deze rentevoet zal voortaan dezelfde zijn voor zowel de patronale bijdragen als de persoonlijke bijdragen.
De eerdere regeling hield in dat de werkgever een rendement van 3,25 procent moest garanderen op de eigen bijdragen, en een rendement van 3,75 procent voor de bijdragen van de werknemer.

VERVROEGD PENSIOEN.
Daarnaast stijgt op 1 januari ook de minimumleeftijd om op vervroegd pensioen te gaan, van 61,5 in 2015 naar 62 in 2016. Ook de voorwaarden voor het vervroegd pensioen wegens een lange loopbaan veranderen: vanaf 1 januari moet je minstens 60 zijn en een carrière van 42 jaar achter de rug hebben, of 61 jaar zijn en een carrière van 41 jaar.

POSTZEGELS DUURDER.
Vanaf 1 januari 2016 wordt de gewone postzegel voor België 2 cent duurder. Bij aankoop van tien zegels zal een postzegel voor een genormaliseerde binnenlandse zending voortaan 0,74 euro kosten. Per stuk wordt dat 0,79 cent.
Een genormaliseerde internationale zending binnen Europa gaat 3 cent de hoogte in tot 1,13 euro bij aankoop van minstens vijf zegels. Voor de rest van de wereld komt hier 3 cent bij tot 1,35 euro. Eenzelfde prijsverhoging is er indien je de zegels per stuk koopt, die kosten vanaf volgend jaar 1,23 euro (binnen Europa) of 1,45 euro (rest van de wereld). Bpost zal voorts ook de tarieven voor grote volumes post onder overeenkomst verhogen.
Gemiddeld is er voor binnenlandse post zo een prijsverhoging van ongeveer 1,5 procent in 2016.

MINDER BELASTING VOOR MILIEUVRIENDELIJKE WAGENS.
Met een hervorming van zowel de eenmalige inschrijvingstaks (BIV) als de jaarlijkse verkeersbelasting hoopt de Vlaamse regering de Vlaming in de richting van milieuvriendelijker wagens sturen. De aankoop van dieselwagens en meer vervuilende voertuigen moet door de hervorming ontmoedigd worden, en alternatieven zoals elektrische wagens worden gestimuleerd.
Elektrische wagens en waterstofwagens betalen geen BIV. Ook wagens op aardgas (CNG) en plug-in hybrides krijgen een vrijstelling, al is die beperkt tot 2020 omdat het om overgangstechnologieën gaat. Voor benzines en dieselwagens worden de normen bijgesteld in functie van de reële uitstoot, met het grootste financiële effect voor de Euro 6-diesels.
Ook voor de jaarlijkse verkeersbelasting geldt een vrijstelling voor elektrische wagens en waterstofauto’s en een vrijstelling tot 2020 voor wagens op aardgas en plug-in hybrides. Voor auto’s op diesel of benzine zal het tarief nog steeds worden berekend aan de hand van de pk van het voertuig. Nieuw is een bonus of malus in functie van de uitstoot. Het ijkpunt is een CO2-uitstoot van 122 gram per kilometer. Voor elke gram meer stijgt de fiscale pk met 0,30 procent en voor elke gram minder daalt hij met 0,30 procent. LPG-wagens krijgen een korting tot maximaal 100 euro.
De nieuwe regels gelden enkel voor (her)inschrijvingen vanaf 1 januari. Voor al ingeschreven wagens, behalve opnieuw ingeschreven tweedehandswagens, verandert dus niets, ook niet aan de jaarlijkse belasting.
Voor leasingwagens, zo’n 10 procent van het aantal auto’s op onze wegen, verandert er niets, omdat er geen akkoord kon worden gesloten met het Brussels en het Waals gewest.

FACTUUR DAALT VOOR ZUINIGE VERBRUIKERS DRINKWATER.
Vanaf 1 januari 2016 komt er een progressief tarief voor waterverbruik. Bij zuinig gebruik wordt een lager tarief aangerekend, bij een royaler gebruik een hoger tarief. Er komt een gezinscorrectie van 20 euro per gezinslid en er blijven sociale correcties voor doelgroepen als leefloners en personen met een handicap.
Vooral gezinnen met een gemiddeld verbruik zullen erop vooruitgaan. Ook gezinnen met kinderen en een laag verbruik (en dus sowieso een lagere factuur) zien hun kosten voor drinkwater nog wat dalen, zij het minder uitgesproken. Voor het verbruik in een tweede verblijf gaat de factuur in elk geval omhoog.
Volgens minister Joke Schauvliege past de hervorming volledig in het principe van “de vervuiler betaalt”. Het is volgens de CD&V-minister ook de bedoeling om met de nieuwe tarieven 'verspilling tegen te gaan'. 'Wie kiest voor een hoog waterverbruik (of een tweede verblijf) zal meer betalen. Een gezin dat verantwoord omgaat met water, wint', klinkt het.

LAGER BTW-TARIEF RENOVATIE ENKEL VOOR WONINGEN OUDER DAN 10 JAAR.
Het verlaagde btw-tarief van 6 procent voor de renovatie van woningen geldt vanaf 2016 alleen nog voor woningen die ouder zijn dan 10 jaar. Voor werken in woningen van 5 tot 10 jaar, waar de voorbije jaren ook 6 procent gold, moet je voortaan 21 procent btw betalen.
De verhoging van de ouderdomsvereiste voor de renovatie van een woning was opgenomen in het federaal regeerakkoord.
De maatregel treedt dus vanaf 1 januari 2016 in werking. Er is wel in een overgangsmaatregel voorzien. 'Verbouwers kunnen nog tot eind 2017 genieten van het verlaagde tarief van 6 procent voor verbouwingswerken aan woningen die nog geen 10 jaar oud zijn en waarvoor al een contract werd afgesloten vóór 1 januari 2016', leggen de kmo-federatie Bouwunie en de Vlaamse architectenorganisatie NAV uit.

WITTE KASSA VOOR HORECA.
Horecazaken met een omzet uit voeding boven 25.000 euro moeten vanaf 1 januari uitgerust zijn met een witte kassa. De federale regering voerde die regeling kort voor het jaareinde in, omdat de Raad van State de oude regeling had vernietigd. Er geldt wel nog een uitzondering tot 2017 voor horecazaken die onder de oude regeling vrijgesteld waren.
De witte kassa - officieel: het geregistreerde kassasysteem - werd ingevoerd als middel in de strijd tegen btw-fraude in de horecasector. Maar in oktober vernietigde de Raad van State de zogenaamde 10-procentregel. Die regel bepaalde dat zaken die “regelmatig” maaltijden serveren en daar 10 procent van hun omzet uit halen de witte kassa moeten aanschaffen. Om tegemoet te komen aan de kritiek van de Raad van State bepaalde minister van Financiën Johan Van Overtveldt nu dat alle horecazaken met een omzet van minder dan 25.000 euro uit voeding zullen vrijgesteld worden van de witte kassa.
Voor de horecazaken waar de witte kassa sowieso voor vereist is, gaat de regeling zoals gepland in op 1 januari 2016. Andere zaken, die in de oude regeling zo’n systeem niet nodig hadden, maar nu wel, moeten zich voor 1 april 2016 aanmelden, en moeten de regels vanaf 2017 toepassen. Horecazaken die investeringen deden voor een witte kassa, maar nu toch vrijgesteld blijven, krijgen compensaties.

KLEINE ONDERNEMINGEN VRIJGESTELD VAN BTW.
Bedrijven die per jaar minder dan 25.000 euro omzet draaien, zijn vanaf 1 januari niet langer verplicht btw-kwartaalaangiften in te dienen. De bovengrens stijgt vanaf 2016 met 10.000 euro. Ruim 28.000 kmo’s zouden van de maatregel kunnen genieten.
Die vrijstelling geldt echter niet voor horeca en de bouw. De regering hoopt zo de administratieve last voor kleine ondernemingen te verminderen.

EERSTE IMPACT TAXSHIFT.
Vanaf 1 januari 2016 start de lastenverschuiving weg van arbeid die groei en jobs moet creëren. De helft van de werknemers zal meteen minstens 44 euro netto extra op zijn loonbriefje vinden en bedrijven zullen minder lasten verschuldigd zijn. Om dat te betalen gaat onder meer een reeks andere taksen en accijnzen omhoog. Pas tegen 2020 zal het hele pakket maatregelen doorgevoerd zijn.
De suikertaks is een van die taksen die het systeem moet helpen financieren. In 2016 moet hij al 50 miljoen euro opbrengen voor de staatskas.
De maatregel om op esthetische chirurgie btw in te voeren, past ook binnen de taxshift. Op dergelijke ingrepen staat voortaan een btw-tarief van 21 procent. Voor therapeutische chirurgie is nog altijd geen btw verschuldigd.
Voor bedrijven bestaat de belangrijkste maatregel erin dat voor de aanwerving van een eerste werknemer een levenslange vrijstelling geldt op de sociale werkgeversbijdragen voor dat personeelslid. De maatregel geldt voor aanwervingen tussen 2016 en eind 2020. De al bestaande voordelen voor de eerste vijf aanwervingen worden zo verschoven naar de tweede tot en met zesde aanwerving. Volgens minister van Middenstand Willy Borsus kan de maatregel betrekking hebben op de ruim 650.000 btw-plichtigen die momenteel alleen werken.
In totaal gaat het om een bedrag van zowat 7,2 miljard euro, waarvan 4,45 miljard moet zorgen voor meer koopkracht en 2,9 miljard de competitiviteit van onze bedrijven moet aanzwengelen. Behalve de suikertaks en de taks op esthetische chirurgie moet de taxshift ook gefinancierd worden door een stijging op intresten uit obligaties en dividenden, komt er een taks op fiscale constructies in het buitenland en een speculatietaks. Ook de accijnzen op diesel, alcohol en tabak stijgen. Een nieuw systeem van fiscale regularisatie, de strijd tegen fiscale fraude en bijkomende hervormingen bij de overheid moeten de operatie verder rond maken.

ROOKMELDERS VERPLICHT.
In alle woningen die meer dan 70 jaar oud zijn en die verhuurd worden, moeten vanaf 1 januari 2016 de nodige rookmelders aanwezig zijn. Het zijn de verhuurders van de woningen die daarvoor moeten zorgen.
Het gaat om een nieuwe stap in de uitvoering van een Vlaams decreet uit 2012 over 'de beveiliging van woningen door optische rookmelders'.
Dat decreet bepaalde al dat er rookmelders aanwezig moeten zijn in alle huurwoningen waarvoor vanaf 2013 een nieuw huurcontract werd afgesloten. Dat wordt nu uitgebreid naar woningen van voor 1945 die verhuurd worden als hoofdverblijfplaats en waarvan het huurcontract voor 2013 werd afgesloten. In sociale huurwoningen geldt de verplichting vanaf 1 januari voor woningen gebouwd tot 1979.
Voldoende rookmelders betekent dat 'de zelfstandige woning (eengezinswoning, appartement of studio) of kamerwoning op elke bouwlaag uitgerust moet zijn met minstens één rookmelder. In kamerwoningen moet bovendien elke kamer uitgerust zijn met minstens één rookmelder', zo staat op de website van het agentschap Wonen-Vlaanderen. 'De verhuurder is verantwoordelijk voor de aankoop en plaatsing van de rookmelders.'
Een woning zonder de nodige rookmelders wordt als niet-conform beschouwd. Ze wordt niet ongeschikt of onbewoonbaar verklaard, maar het verhuren ervan is wel strafbaar.
Vanaf 2019 zullen rookmelders ook verplicht zijn in huurwoningen gebouwd na 1945 met een lopend huurcontract.

STRENGERE ENERGIE-EISEN.
De energie-eisen voor nieuwbouwwoningen wordt vanaf 1 januari opnieuw wat strenger. De energienorm, uitgedrukt in het E-peil, bedraagt voortaan E50.
Het E-peil is een maat voor de energieprestaties van een woonst. Hoe lager het E-peil, hoe minder energie de woning verbruikt.
De nieuwe energienorm gaat gepaard met striktere eisen inzake isolatie. De verstrenging is een nieuwe stap naar het 'bijna energieneutraal' bouwen (wat overeenkomt met de energienorm E30), dat in 2021 verplicht zal zijn in Vlaanderen. De volgende stap, naar E40, wordt in 2018 gezet.
De datum van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning bepaalt welke EPB-eisen er gelden (en dus niet de datum van de goedkeuring van de vergunning).
De verlaging van het maximale E-peil heeft ook gevolgen voor eventuele premies vanaf 2016. Zo kan je de E-peilpremie van de netbeheerders (Eandis en Infrax) alleen nog krijgen voor bouwaanvragen met een E-peil van maximaal E20. Een korting op de onroerende voorheffing krijg je alleen nog bij een E-peil van maximaal E30.
In 2013 (de recentste cijfers) bedroeg het E-peil van nieuwbouwwoningen waarvoor een vergunning werd aangevraagd gemiddeld E57.
Wat verandert er allemaal op 1 december? 

ma 30/11/2015 - 14:09 Belga
Vanaf 1 december is het opnieuw mogelijk om een renovatiepremie aan te vragen bij de Vlaamse overheid. In de horeca kan dan weer gebruik gemaakt worden van flexi-jobs en goedkopere overuren. De maatregel moet zwartwerk "wit" maken.

Vanaf 1 december is het weer mogelijk om een renovatiepremie aan te vragen bij de Vlaamse overheid. Er gelden daarbij andere voorwaarden dan vroeger, maar er is een overgangsmaatregel voor wie al een overeenkomst had gesloten of een bestelling had geplaatst voor 1 december 2014.

De premie zal voortaan in twee verschillende aanvragen opgesplitst worden, waarbij de tweede aanvraag ten vroegste één jaar en ten laatste twee jaar na de eerste aanvraag mag komen. De facturen mogen slechts twee jaar oud zijn per aanvraag in plaats van drie jaar.

Het bedrag van de renovatiepremie bedraagt 20 of 30 procent van de goedgekeurde facturen (excl. btw) en is voor de twee aanvragen samen maximaal 10.000 euro.

Voor wie voor 1 december 2014 een overeenkomst met een aannemer afsloot (ondertekende offerte) of bestellingen plaatste voor materialen, is een overgangsmaatregel voorzien. Dan kan nog een renovatiepremie aangevraagd worden voor 1 februari 2016 onder de voorwaarden van de oude renovatiepremie.

Flexi-jobs en goedkopere overuren in de horeca

Horecazaken zullen vanaf 1 december gebruik kunnen maken van flexi-jobs en van meer en goedkopere overuren. Flexi-jobs maken het werkgevers in de horeca gemakkelijker om extra personeel in te zetten. Voor overuren zal gelden dat het brutobedrag gelijk is aan het nettobedrag. Werknemers houden zo meer over en werkgevers moeten op die overuren geen toeslagen voor zon- en feestdagen meer betalen.

De bedoeling van de maatregel is zwartwerk "wit" maken en de invoering van de witte kassa begeleiden en compenseren. Voltijds horecapersoneel zal in zaken met een witte kassa 360 goedkope overuren mogen presteren, personeel in andere zaken 300 overuren.

Artikel De Redactie.be
Opname in een dagziekenhuis

Ook bij dagopname mag een arts je niet langer ereloon- supplementen aanrekenen in een kamer voor twee of meer personen.
Bij een daghospitalisatie verlaat je het ziekenhuis nog dezelfde dag. Deze dagopname mag niet worden verward met ambulante zorg in een ziekenhuis. Bij een dagopname bezet je een ziekenhuisbed.
Ambulante zorg omvat raadplegingen en/of onderzoeken (bv. radiografie, scan) zonder dat je een ziekenhuisbed bezet, of verzorging in een spoeddienst.

Opnameverklaring
Net als bij een opname met overnachting, moet je ook bij een dagopname een opnameverklaring invullen en ondertekenen.

Verblijfskosten
Voor de kosten die het maakt (bv. bezetten van een bed, gebruik operatiekamer) krijgt het ziekenhuis een vergoeding van de ziekteverzekering. Hiervoor moet je geen persoonlijk aandeel betalen.
In tegenstelling tot een opname met overnachting, wordt ook geen forfait terugbetaalbare geneesmiddelen gefactureerd.
Voor de kamersupplementen geldt dezelfde regeling als bij een opname met overnachting.

Honoraria
In een gemeenschappelijke kamer en tweepersoonskamer mogen nooit ereloonsupplementen worden gevraagd.
Als je een eenpersoonskamer kiest, mag elke arts ereloonsupplementen aanrekenen behalve in enkele uitzonderingssituaties.
Afhankelijk van de behandeling kunnen ook specifieke forfaits worden aangerekend.

Geneesmiddelen en andere kosten
De verbruikte geneesmiddelen worden per product aangerekend. Je betaalt het:
remgeld voor de terugbetaalbare geneesmiddelen;
volledige bedrag voor de niet-terugbetaalbare geneesmiddelen.

Bron: CM 
Prijsdaling van zes procent voor meeste generische geneesmiddelen

De prijs van de meeste generische geneesmiddelen zal op 1 maart dalen met 6 procent. Die prijsdaling komt er in het kader van een reeks bezuinigingsmaatregelen in de geneesmiddelensector die de federale regering eind vorig jaar genomen heeft. Dat meldt FeBelGen, de Belgische koepel van producenten van generische geneesmiddelen.

De prijsdaling heeft betrekking op geneesmiddelen die 6 jaar en meer in de RIZIV-referentieterugbetaling zitten. Volgens interne berekeningen van FeBelGen is dat het geval voor meer dan 85 procent van de generische geneesmiddelen. Met die prijsverlaging hoopt de regering jaarlijks een besparing van 28 miljoen euro te realiseren.

De nieuwe prijsdaling op generische geneesmiddelen komt bovenop de prijsdalingen die de afgelopen jaren werden doorgevoerd. Als gevolg daarvan daalde de gemiddelde prijs van een generiek middel tussen 2011 en 2014 al met 20 procent.

Generische geneesmiddelen zijn een goedkopere variant van een merkgeneesmiddel, maar ze bevatten wel dezelfde werkzame stof.

Maatregelen om burn-out te voorkomen opgenomen in het arbeidsreglement

Alle Belgische bedrijven moeten hun arbeidsreglement tegen 1 maart hebben aangepast aan de nieuwe wetgeving ter preventie van de psychosociale risico's op het werk. De nieuwe regeling moet stress en burn-outs helpen voorkomen.

De nieuwe wet over psychosociale risico's op het werk is eigenlijk al sinds 1 september 2014 van kracht. In de tekst wordt niet langer enkel naar het voorkomen van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk gekeken. De wetgeving werd namelijk verder opengetrokken, waardoor ondernemingen in hun preventiebeleid voortaan ook rekening moeten houden met de risico's op andere psychosociale factoren, zoals stress en burn-outs.

De bedrijven hebben tot 1 maart de tijd gekregen om hun arbeidsreglement aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Vanaf dan moet dat arbeidsreglement ook de contactgegevens bevatten van de preventieadviseur psychosociale aspecten, of van de dienst waarvoor de adviseur zijn opdrachten uitvoert. Hetzelfde geldt voor de coördinaten van de vertrouwenspersoon. Ook moet worden aangegeven welke interne procedure er bij een klacht moet worden gevolgd.

De verplichting geldt voor alle ondernemingen in België.

Bron: GVA (website)

Werken en pensioen


Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen en die ook privé mogen gebruiken, betalen vanaf begin volgend jaar meer belastingen. Die belastingverhoging is het gevolg van de jaarlijkse aanpassing van de standaard CO2-uitstoot voor het berekenen van het belastbare voordeel. Voor elektrische of hybride wagens, heeft de daling van de standaarduitstoot geen effect. Ook auto's met een zeer hoge CO2-uitstoot blijven buiten schot.


Vanaf 1 januari kan een gepensioneerde 65-plusser onbeperkt bijverdienen. De regering-Michel heeft de maximumbedragen geschrapt voor het toegelaten beroepsinkomen dat gecumuleerd mag worden met het pensioen.

Minder goed nieuws is er voor wie op (vervroegd) pensioen kan gaan, maar blijft werken. Tot nu had hij of zij recht op een pensioenbonus. Elke gewerkte dag leverde een extraatje op. De bonus wordt op 1 januari afgeschaft voor iedereen die er voor die dag geen recht op had.

Vanaf 1 januari 2015 worden de leeftijdsgrenzen in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) opgetrokken. Het individueel SWT is voortaan pas mogelijk vanaf 60 jaar. SWT bij herstructureringen of in bedrijven in moeilijkheden kan vanaf 1 januari pas van 55 jaar en die leeftijd stijgt later geleidelijk naar 60 jaar. De leeftijd blijft echter op 55 zolang er een tweejaarlijkse kader-cao is waarop sectoren kunnen intekenen.

Het SWT voor zware beroepen (ploegenarbeid en onderbroken uren), 20 jaar nachtarbeid en arbeidsongeschiktheid in de bouw vereist voortaan een loopbaan van 33 jaar en een minimumleeftijd van 58 jaar. Die leeftijd stijgt naar 60 jaar na advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR). De leeftijd blijft echter op 58 jaar mits een tweejaarlijkse kader-cao waarop de sectoren kunnen intekenen.

Gezinnen


Vanaf 1 januari moet de meemoeder in een lesbisch koppel haar kind niet meer adopteren. Ze kan dan net als een vader een afstammingsband vestigen ten opzichte van een kind. De afstammingsband is automatisch als de moeder en meemoeder gehuwd zijn. Indien het kind buiten het huwelijk geboren is, kan de meemoeder het kind erkennen. Ook kinderen die voor 1 januari 2015 geboren of verwekt werden, kunnen nog erkend worden door de meemoeder.

Op 1 januari wordt de zogenaamde "miserietaks" grotendeels ongedaan gemaakt. Dat is de taks die gescheiden koppels betalen op de som die de ene partner de andere uitbetaalt om de gezinswoning over te kopen. Vanaf januari is het basistarief opnieuw 1 procent, in plaats van de eerdere 2,5 procent, voor wie getrouwd was of al minstens een jaar wettelijk samenwoonde. Voor wie minder dan een jaar wettelijk of feitelijk samenwoont, blijft het tarief van 2,5 procent gelden.

Vanaf 1 januari 2015 bedraagt het remgeld - het bedrag dat patiënten uit eigen zak moeten betalen na tussenkomst van de ziekteverzekering - voor een bezoek aan een geneesheer-specialist 12 euro. Patiënten die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering, zullen 3 euro moeten betalen. Door de maatregel zullen sommige remgelden verhogen, terwijl andere zullen dalen.

Wijzigingen wetgeving psychosociale risico's

Steeds meer werknemers worden geconfronteerd met chronische stress, een gevoel van uitputting, slechte sociale verhoudingen en/of een gebrek aan erkenning. Werkgevers van hun kant ontkennen of minimaliseren vaak de problemen.

Bij het vroegtijdig opsporen en het voorkomen van psychosociale risico’s spelen de overlegorganen (Comité PB, OR, overlegcomité in de openbare sector) een belangrijke rol.


Met de campagne ‘Voorkom psychosociale risico’s’ wil het ACV militanten en alle werknemers sensibiliseren voor de problematiek van de psychosociale risico’s. Tegelijkertijd wil het ACV er samen met de vakbondsafgevaardigden voor zorgen dat het voorkomen van psychosociale risico’s prioriteit krijgt binnen het Comité PB in alle ondernemingen, instellingen en administraties.

Psychosociale risico’s: nieuwe wetgeving vanaf 1 september 2014

Vanaf 1 september 2014 zijn er grondige wijzigingen in de wetgeving rond psychosociale risico’s. In de bestaande regelingrond klachten bij pesten, geweld en ongewenste intimiteiten wijzigen een aantal aspecten: de mogelijkheid om een forfaitaire schadevergoeding te vragen voor de rechtbank, de rol van vertrouwenspersoon wordt onverenigbaar met een mandaat als werknemersafgevaardigde of leidinggevende en opleidingen worden verplicht, de preventie adviseur dient op te volgen of zijn adviezen worden uitgevoerd en dient in bepaalde gevallen zelf de inspectie in te schakelen, hij dient zich niet langer uit te spreken of de vastgestelde feiten al dan niet pesten zijn, de preventieadviseur kan interventies weigeren indien hij van oordeel is dat de klacht manifest geen feiten betreft van pesten, geweld of ongewenste intimiteiten.

Ook voor àlle werknemers komen er vanaf 1 september wijzigingen. Zo kan voortaan elke werknemer die meent gezondheidsschade te ondervinden door psychosociale risico’s op het werk (los van pesten, geweld of ongewenste intimiteiten) de formele interventie vragen van een preventieadviseur psychosociale risico’s (van een externe preventiedienst). Deze dient de individuele vraag en de arbeidsomstandigheden van betrokkene te onderzoeken, in geval van collectieve aspecten de kwestie over te maken naar het collectief overleg in de onderneming, en in geval van individuele situaties een advies op te stellen en over te maken aan de werkgever.

Analoog is het ook mogelijk voor elke werknemer om een informele interventie te vragen van deze preventieadviseur. Anders dan bij klachten rond pesten, geweld en ongewenste intimiteiten is er in deze géén bescherming van de klagende werknemer tegen represailles van zijn werkgever of hiërarchie. Die zwakke onbeschermde positie van de betrokken werknemer noopt tot een weloverwogen aanpak met kennis van de concrete arbeidsverhoudingen in de onderneming of instelling. In geval van vragen rond collectieve aspecten komt de materie toch terecht in het ondernemingsoverleg.

Ook voor werknemersafgevaardigden in het comité PB wijzigt de regelgeving aanzienlijk. De bepalingen rond de verplichte risico-evaluatie inzake psychosociale aspecten werden sterker uitgewerkt en op diverse aspecten gewijzigd. Werknemersafgevaardigden kunnen voortaan vragen om een risicoanalyse van een specifieke situatie. Individuele vragen tot interventie met een collectief karakter worden eerst in het comité behandeld.

Om dit alles te regelen moet in alle Belgische ondernemingen en instellingen tegen 1 maart 2015 het arbeidsreglement worden aangepast.

Psychosociale risico's: waarover gaat het?


Psychosociale risico’s worden gedefinieerd als “de kans dat één of meerdere werknemers psychische schade ondervind(en) die al dan niet gepaard kan gaan met lichamelijke schade ten gevolge van blootstelling aan een arbeidsorganisatie waarvan de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsinhoud of de interpersoonlijke relaties op het werk objectief een gevaar inhouden.”

Deze definitie zal ingevoerd worden in de nieuwe wetgeving die in voorbereiding is. De huidige reglementering spreekt nog van psychosociale belasting.

Een woordje uitleg

Arbeidsorganisatie: alles wat in de onderneming in stelling wordt gebracht om de doelstellingen te bereiken. Concreet omvat de arbeidsorganisatie de arbeidsomstandigheden, de inhoud van het werk, de werkvoorwaarden en de interpersoonlijke relaties op het werk..

Psychische schade: relationeel leed op het werk, het gevoel uitgeput te zijn, gebrek aan zelfvertrouwen, in wenen uitbarsten op het werk, depressie, zelfmoordneigingen, (overmatig) gebruik van alcohol, medicatie (waaronder antidepressiva), ongecontroleerd agressief gedrag, verbaal geweld, pesterijen…

Lichamelijke schade: slaapproblemen, spierpijnen en pijnen in de gewrichten, verhoogde bloeddruk, hartkloppingen, maag- en darmklachten, regelmatige infecties, ...

Objectief gevaar: wanneer spreek je van gevaar in de arbeidsorganisatie? Het gevaar is reëel wanneer een bepaalde situatie (een organisatiemethode, een bepaald type arbeidsrelaties, …) schade kan toebrengen aan de psychische gezondheid van een of meer werknemers (met een eventuele weerslag op de fysieke gezondheid).

Voorbeelden:

  •    Heel regelmatig werken met scherpe deadlines en weinig voorspelbare uurroosters kan leiden tot meer stress en (over)vermoeidheid, wat dan weer zijn weerslag heeft op de fysieke gezondheid.

  •    Werken in permanent contact met personen die het moeilijk hebben (sociaal, gezondheidsproblemen) kan dan weer leiden tot emotionele uitputting en agressief gedrag.


Waarom een campagne over psychosociale risico’s?


  •    Vakbondsafgevaardigden en militanten worden steeds vaker geconfronteerd met werknemers die het moeilijk hebben. Vaak weten vakbondsafgevaardigden niet hoe daarmee om te gaan. Met deze campagne ondersteunt het ACV iedereen die op dit terrein tot oplossingen wil komen.

  •    Nog te vaak negeren of minimaliseren werkgevers de moeilijkheden. Als ze er zich al van bewust zijn, dan leggen ze de verantwoordelijkheid meestal bij het individu. Te vaak bekommeren ze zich niet om de gevolgen voor de psychische en fysieke gezondheid van de werknemers. Ze onderschatten de negatieve impact op de bedrijfsresultaten. Het is hoog tijd om de werkgevers te wijzen op hun verantwoordelijkheden inzake preventie.

  •    Uit heel wat recente onderzoeken blijkt dat werknemers meer stress ervaren. 1 op 3 werknemers zegt er regelmatig last van te hebben. Om nog niet te spreken van burn-out of pesterijen. Een symptoom daarvan is absenteïsme. Dat is fel toegenomen de voorbije jaren. Samen stress aanpakken en psychosociale risico’s voorkomen is dan ook de boodschap.

  •    Ook waar de arbeidsomstandigheden als goed worden ervaren, is meer aandacht voor psychosociale risico’s geen overbodige luxe. Ook daar moet de werkbaarheid van de jobs worden verhoogd, moet worden geanticipeerd op wijzigingen die er mogelijk aankomen, moet worden ingespeeld op de vergrijzing van het personeel of moeten inspanningen worden geleverd voor een betere gezondheid. Dit kan via een individuele en een collectieve aanpak, bijv. een opleidingsbeleid en een leeftijdsbewust personeelsbeleid.

  •    In de Nationale Arbeidsraad hebben de werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers samen opgeroepen om vanuit het welzijns- en personeelsbeleid de preventie van psychosociale risico’s te versterken. Ze willen een concrete en eenvoudige aanpak, die toepasbaar is in alle ondernemingen. Om knelpunten snel op te sporen en erop in te grijpen, willen ze de rol van de overlegorganen (Comité PB, VA) en de hiërarchische lijn in deze gevaloriseerd zien. De ACV-campagne benadrukt de rol van de werknemersafgevaardigden in de preventie van psychosociale risico’s.

01/08/2014: Deadline voor SEPA-migratie bij alle Europese lidstaten

Tegen 1 augustus moeten alle lidstaten van de Europese Unie de nodige stappen hebben gezet om over te stappen naar het Europese betalingssysteem SEPA. “België is al klaar sinds 1 april, en het ziet er nu toch naar uit dat de andere lidstaten de deadline ook zullen halen.

01/07/2014: Elk kind eindelijk gelijk?

Vanaf 1 juli 2014 treedt één enkel kinderbijslagstelsel in werking voor alle kinderen die recht hebben op kinderbijslag in België.
Deze nieuwe wet is het resultaat van een lang proces van harmonisering van de barema’s van werknemers en zelfstandigen en is bijna volledig geïnspireerd op de gecoördineerde wetten inzake kinderbijslag voor werknemers.
Voor de loontrekkenden verandert er niets.
Bij de zelfstandigen werd de kinderbijslag tot heden betaald aan de sociaal verzekerde, vaak de wettelijke vader. Vanaf 1 juli wordt de bijslagtrekkende (= de persoon die de kinderbijslag ontvangt) herbekeken en, in het geval van niet gescheiden ouders, wordt de kinderbijslag automatisch uitbetaald aan de moeder.

01/07/2014: De regionalisering van het arbeidsmarktbeleid vanaf 1 juli 2014

Bron: FOD

De zesde staatshervorming voorziet onder andere in de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid, hetgeen inhoudt dat de bevoegdheid betreffende de patronale
bijdrageverminderingen voor doelgroepen van werknemers en de aan deze werknemers toegekende activeringsuitkeringen wordt overgedragen van de federale overheid naar de gewesten. Hierdoor worden met ingang van 1 juli 2014 de verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de doelgroepen van werknemers, die onder het toepassingsgebied van Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet (I) van 24 december 2002 vallen, een gewestelijke bevoegdheid. De RSZPPO blijft
weliswaar na 30 juni 2014 de enige administratieve en technische operator van de
doelgroepverminderingen voor de personeelsleden van de provinciale en de plaatselijke besturen, maar de Gewesten worden vanaf deze datum bevoegd om de regelgeving vast te stellen. Vanaf 1 juli 2014 worden de gewesten bevoegd voor de volgende doelgroepverminderingen, waarvan de provinciale en plaatselijke besturen momenteel kunnen genieten en die tot en met 30 juni 2014 door de federale overheid toegekend worden:
doelgroepvermindering voor langdurig werkzoekenden die tewerkgesteld worden in het kader van:

  •    het activaplan

  •    een doorstromingsprogramma

  •    de sociale inschakelingseconomie


doelgroepvermindering voor jonge werknemers;
doelgroepvermindering voor werknemers ontslagen na herstructurering in de privésector;
doelgroepvermindering voor mentoren.

Vanaf 1 juli 2014 kunnen de gewesten de bestaande federale doelgroepverminderingen afschaffen
of wijzigen alsook voor bepaalde categorieën van werknemers van provinciale of plaatselijke besturen nieuwe (gewestelijke) doelgroepverminderingen invoeren die de RSZPPO aan deze besturen zal toekennen via de DmfAPPL. De federale overheid kan na 30 juni 2014 geen nieuwe doelgroepvermindering meer invoeren en evenmin een bestaande doelgroepvermindering wijzigen. Anders dan de doelgroepverminderingen blijven de vermindering sociale maribel en de vermindering van persoonlijke socialezekerheidsbijdragen een federale bevoegdheid. De vermindering sociale maribel is (zoals de doelgroepvermindering) een vermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen en heeft altijd voorrang op de (gewestelijke) doelgroepvermindering.

01/04/2014: Verplichte registratie voor iedereen actief op grote werf
Iedereen die actief is op een grote werf moet vanaf 1 april elektronisch worden geregistreerd, om zo de controle op de naleving van de sociale en fiscale wetten makkelijker te maken. Onder grote werven worden bouwplaatsen verstaan waarvan de factuur hoger ligt dan 800.000 euro plus btw. Er komt wel een ruime overgangsperiode: pas vanaf 1 oktober worden overtredingen bestraft.

01/04/2014: Ontslagen werknemers in privé kunnen ontslagmotivering vragen
In februari kwamen de sociale partners, verenigd in de Groep van 10, overeen dat ontslagen werknemers in de privésector vanaf 1 april hun werkgever om een papieren ontslagmotivering kunnen vragen. Daarnaast kan een werknemer een schadevergoeding krijgen als de arbeidsrechter oordeelt dat het om een kennelijk onredelijk ontslag gaat. Dat kan echter enkel als een werknemer een contract van onbepaalde duur heeft, al geldt de ontslagmotivering ook voor werknemers wiens contract van bepaalde duur vroegtijdig beëindigd wordt.

01/04/2014: Gerechtelijk landschap wordt hervormd
Het gerechtelijk landschap zal op 1 april grondig worden hertekend. De opvallendste wijziging houdt in dat het aantal gerechtelijke arrondissementen beperkt wordt. Door de hervorming zal het aantal arrondissementen namelijk dalen van de huidige 27 naar 12. De nieuwe arrondissementen zullen grotendeels samenvallen met de provincies. Daarnaast komt er nog een tweetalig arrondissement in Brussel en een Duitstalig in Eupen. Een andere bijzonderheid is dat het arrondissementen Henegouwen twee procureurs des konings krijgt. De hertekening zal geen grote gevolgen hebben voor de burger. Hij zal zich nog altijd naar hetzelfde justitiepaleis moeten begeven

01/04/2014: Laagste lonen houden iets meer over
Doordat de fiscale werkbonus op 1 april opgetrokken wordt, houden de laagste inkomens vanaf 1 april iets meer over. Nog tot eind maart bedraagt die bonus 8,95 procent, maar op 1 april wordt dat 14,4 procent. Bedoeling van die werkbonus is het verschil met de werkloosheidsuitkering groter te maken. Hoe hoger het loon, hoe kleiner de werkbonus.

01/04/2014: Btw op elektriciteit verlaagd van 21 naar 6 procent
De btw op elektriciteit daalt voor particulieren vanaf 1 april, van 21 procent naar 6 procent. Voor professionele klanten blijft het btw-percentage op 21 procent liggen. Die verlaging blijft minstens tot eind december 2015 gelden. De maatregel maakte deel uit van het relancepakket waarover de regering in januari besliste.

ACV BIE Mechelen
Onder Den Toren 4 A
B2800 - Mechelen

015/71 85 30



Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu